Voetbal Vereniging Rhoon

Historie

Voetbal Vereniging Rhoon

Opgericht 31 mei 1946 door: H. Fekkes, J. Veldmeijer, J. Vrijhof

Ereleden:
H. Fekkes, W. Houdtzagers, P. Bravenboer, J. Schop, M. van der Ent, P. Vogelaar, J. Louter, H. Ketting, C. Op ‘t Hof, G. de Reus, H. van Amerongen, W. Abelskamp, H. de Munnik, D. van der Ent, T. Beishuizen, E. de Koning, J. Koster

Leden van verdienste:
M. Louter, Th. Roelfsema, E. de Koning, J. Roest, L. Bijl


CLUBLIED:

De Strijd Is Gestreden
De Strijd Op Het Groene Veld
De Punten Zijn Binnen
En De Ranglijst Is Opgesteld
We Staan Aan De Top
En Daar Is Niets Meer Aan Te Doen
Wij Willen, Steeds Hoger
En VV RHOON Wordt Kampioen

Tralalala Tralalala Tralalala

—————————————————— 

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog moest het culturele- en sportleven weer nieuw leven worden ingeblazen. De toenmalige burgemeester van Es richtte daarom een vereniging op genaamd “De Stichting Rhoon en Pendrecht” die tot taak kreeg het sportieve en culturele leven van Rhoon te stimuleren en activeren.

Op 31 mei 1946 waren op de oprichtingsvergadering ongeveer 60 personen aanwezig. De vereniging werd opgericht onder de naam V.V.R. en zou een algemene vereniging zijn waarbij geloofsovertuiging geen rol zou spelen. Als eerste bestuur werd door de aanwezigen benoemd de heren Fekkes (voorzitter), van der Plaat (secretaris), Nootenboom (penningmeester) en Vogelaar (materiaal-beheerder).

Burgemeester van Es deelde op 13 juni aan het bestuur mede dat hij bij het Ministerie een aanvraag had ingediend voor 25 paar schoenen, shirts, broekjes en 3 ballen. De ouders werd later verzocht voor de jeugd rode armbanden te vervaardigen omdat voor deze categorie geen shirts beschikbaar waren en zij toch te onderscheiden moesten zijn.

Nog geen maand na de oprichting verloor V.V.R. een aantal leden aan WCR omdat de toenmalige pastoor vond dat er ook een voetbalclub van Rooms Katholieke huize moest komen. Aldus geschiedde en een aantal leden maakte de overstap naar WCR.

Op 26 juli 1946 werd het door de Stichting “Rhoon en Pendrecht” beschikbare veld aan de Molendijk door burgemeester van Es officieel geopend. Een voor die tijd feestelijke gebeurtenis met een optocht vanaf het Gemeentehuis en de muziek voorop.

Het veld
Daar het terrein altijd was gebruikt als weiland liep er een greppel (gelukkig maar één) dwars doorheen. De lijnen werden uitgezet met gebluste kalk en er stonden houten doelen met grote haken. Hieraan hingen doelnetten van geteerd touw. Omdat de gebluste kalk te duur was werd hiervoor later gebruik gemaakt van zeepafval uit een wasserij. Maar ook bij andere verenigingen uit die tijd was het niet anders.

Het materiaal
Het materiaal waarmee werd gespeeld in die dagen was ook een apart verhaal.

Ten eerste de ballen. Deze waren van leer met een gummi binnenbal. Deze binnenbal werd opgeblazen, het tuitje dichtgeknoopt en het leren buitendeel werd vervolgens met een veter dicht geregen. Menigeen heeft aan die veter (was altijd een bult) hoofdpijn overgehouden.

Omdat het veld omgeven was door sloten liep je de kans dan deze ballen door het opzuigen van water ook nog eens loodzwaar werden. Gelukkig wist de materiaalbeheerder, de legendarische heer P.A. (Pa) Vogelaar daar wel raad op. Hij zette de ballen gewoon dik in het vet waardoor het water weliswaar werd afgestoten, maar de spelers vaak met een vet hoofd rondliepen.

Dan de voetbalschoenen. Deze waren nog met stalen neuzen. Omdat er in die tijd nog geen scheenbeschermers bestonden, liepen veel spelers uit die tijd met deuken en schrammen op hun scheenbeen rond. De achterkant van de schoen was tevens zo hoog dat de enkels volledig beschermd werden. Enkelblessures kwamen toen veel minder voor dan nu. Het was trouwens geen overbodige luxe, gezien de “knollenvelden” waar in die tijd op gespeeld moest worden.

Rond de velden
Van drainage had men in 1946 nog nooit gehoord, maar begin 50-er jaren kwam daar verandering in. De heer W. Schaberg had een voor die tijd revolutionaire uitvinding gedaan. Hij was namelijk in staat om drainagebuizen onder de grasmat te persen zonder deze in te hoeven graven. Door deze methode bleef de grasmat aan de Molendijk gespaard en kon er bijna altijd gevoetbald worden.

Aan het einde van het seizoen moest het veld natuurlijk worden opgeknapt. Kale doelgebieden en middenstip werden afgegraven en weer opgevuld. In de begintijd met losse graszoden en later met rollen. Het maaien werd niet zo nauw genomen. In het begin deden schapen dit werk, weer later als er hoge bossen bleven staan, was de zeis een belangrijk hulpmiddel.

Wanneer mocht je voetballen?
Om te beginnen moest je minimaal 12 jaar zijn en medisch gekeurd. In eerste instantie gebeurde dat bij Bureau Sportkeuringen, gevestigd bij de GGD Rotterdam. Het Bestuur heeft later geregeld dat men voor de sportkeuring tegen betaling van fl. 1,00 terecht kon bij de dorpsdokter, de heer J. Fontein. Bij de inschrijving moest een pasfoto worden ingeleverd waarna een spelerskaart werd aangemaakt. Een blauwe kaart voor de senioren en een gele kaart voor de jeugd.

Deze kaarten werden aan het begin van ieder seizoen streng gecontroleerd en afgestempeld door de RVB waarna men speelgerechtigd was. Kaartcontrole vond voor aanvang van de wedstrijd plaats door de scheidsrechter in het bijzijn van alle spelers ….. op de middenstip.

Aangezien er in die tijd op zaterdagochtend nog gewerkt werd of naar school werd gegaan door de jeugd kon er pas in de middag vanaf 14.00 uur gevoetbald worden.

In welk elftal spelen?
De elftalcommissie stelde wekelijks de elftal opgaven voor de RVB en de opstellingen samen.

De opstellingen werden aangeleverd aan de secretaris die de aanschrijfkaarten invulde. Op een grijze kaart kwam de datum te staan, de aanvangs- en vertrektijd en de positie in het elftal. De kaarten werden vervolgens op de fiets rondgebracht. Een heel verschil met de huidige tijd.

Bij de jeugd waren er in de competitie 2 categorieën, t.w. de G1 teams (een mix van de huidge A en B leeftijden) en de G2 teams (een mix van de huidige B en C leeftijden). Pupillenteams bestonden niet, je mocht pas lid worden als je 12 jaar was.

Trainingen
Tussen de kantine/kleedlokalen en het veld lag een strook gras waarop getraind werd. Er kon, behalve conditietrainingen, alleen getraind worden als het nog licht was. Toen Jaap Schop en Pa Vogelaar een auto hadden, gingen zij langs het veld staan met de koplampen aan, dan was er nog een beetje licht. Ook is er nog een tijdje getraind achter “Het Wapen van Rhoon” op het koolas.

Er hing daar slechts één lamp in de boom, maar het was tenminste iets. In 1967 (!!) kwam er een lichtmast op het trainingsveld. Op zaterdagen fungeerde het trainingsveld als parkeerterrein.

Namen uit de begintijd
Zonder anderen tekort te willen doen, want dat is het gevaar als je een enkeling noemt, toch een aantal bekende namen uit die tijd. We noemden al onze terreinknechten Chris van Deursen en Teun Ketting en de eerste kantinebeheerders. De meest bekende bestuurders waren behalve de oprichter de heer Fekkes, Pa Vogelaar, Jaap Schop en Jan Louter. Maar als je over VVR uit die jaren spreekt is er één persoon die een ieder tot verbeelding moet spreken en dat is Maarten van der Ent.

Een markant figuur, getooid met een pet voorzien van de letters VVR, een trommel met een rol kaartjes en een lederen geldbuidel. Anekdotes en verhalen over Maarten zijn er legio, maar twee willen we vermelden. Als de verenging entreegeld wilde heffen moest daar vermakelijkheidsbelasting over worden afgedragen van fl. 20,00 per wedstrijd. Dat was voor de club niet rendabel, dus werd er het volgende op gevonden: Maarten ging kaartjes verkopen langs de lijn en dit werd dan beschouwd als een vrijwillige bijdrage en niet als verplichting en viel derhalve buiten de vermakelijkheidsbelasting.

Ook typisch Maarten was het volgende: Toen hij wat ouder werd moest hij altijd van huis opgehaald worden. Daar stond een vaste tijd voor en was het per ongeluk 5 minuten over tijd dan hing zijn vrouw al aan de lijn of men Maarten toch niet vergeten was. Vergeten zouden en zullen we hem echter nooit.

Het gebouw
Vanaf 1946 huisde vv Rhoon in een barak aan de Molendijk, eind zestiger jaren uitgebreid met een houten kantine en een klein houten gebouwtje met 2 kleedkamers, een “hok” voor de scheidsrechter en een toilet.

In 1972 verhuisde de vereniging voor een overgangsperiode van 2 jaar naar het veld aan de Zwaluwenlaan. De jeugd bleef overigens die twee jaar gebruik maken van het veld aan de Molendijk.

In 1974 werd het clubgebouw en de velden aan de Omloopseweg betrokken. De bouw werd door aannemer Jan Louter verzorgd met een groot aantal vrijwilligers. In 1980 werd het clubhuis uitgebreid, de keuken vergroot en een bestuurskamer gebouwd en twee jaar later werden er een viertal kleedkamers, nr. 5 t/m 8, bijgebouwd.

Door de groei van de vereniging kwamen er in 1999 weer 4 kleedkamers bij, nr. 9 t/m 12 en in 2003 werd de voorpui vervangen en de toiletten in de kantine verbouwd.

In 2005 tenslotte, kwam de Essendael tribune gereed en momenteel wordt het complex weer verder uitgebreid met een kunstgrasveld en uitbreiding van de kleedkamers, bestuurskamers, toiletgroepen, keuken- en kantineaccomodatie. Om zo voorbereid te zijn op een bloeiende toekomst.

(bron: Gerrit de Reus)